Havanezer

Meer informatie

Fokvisie

Ik fok vogens de rasstandaard, de regels zoals opgesteld door de Raad van Beheer, volgens het fokreglement van de Havanezer Club Nederland (HCN) en mijn persoonlijke prioriteitenlijst.

Alle honden waarmee gefokt wordt worden getest op oog- en knieaandoeningen, twee gebieden waar dit ras meeste problemen op heeft. Daarnaast krijgen mijn honden een uitgebreid, jaarlijk bloedonderzoek waarbij gekeken wordt naar hun algemene gezondheid (denk aan hart, nieren, lever, schildklier en overige bloedwaarden).

Bij het fokken ziet mijn persoonlijke prioriteitenlijst als volgt eruit:

  1. Gezondheid
  2. Karakter
  3. Inteelt laag houden / genetische diversiteit behouden
  4. Uiterlijk

Mate van inteelt is nauw samenverbonden met de gezondheid en karakter. Bij rashonden is er bijna altijd sprake van inteelt. Het is namelijk één grote familie. Gelukkig is de Havanezer een ras waarbinnen het nog steeds mogelijk is combinaties te maken met een zeer laag inteeltpercentage (IC - inteeltcoefficient). Sterker nog, er zijn zelfs nog combinaties mogelijk waarbij er totaal geen sprake is van inteelt. Helaas is dit een zeldzaamheid binnen de rashondenpopulaties en we als Havanezer fokkers zouden hier heel blij mee moeten zijn.
Meeste aandoeningen bij honden zijn recessief van karakter, d.w.z. een hond moet twee keer dezelfde gen hebben om ziek te worden. Inteelt laag houden helpt het risico op (voornamelijk) recessieve aandoening te verkleinen. Mijn streven is dan ook het risico op erfelijke gebreken bij de pups te minimaliseren door onder andere de inteelt binnen de gemaakte combinaties laag te houden.
Door het importeren van honden en het gebruiken van dekreuen die niet al teveel nakomelingen hebben hoop ik verder bij te dragen aan meer genetische diversiteit binnen de Havanezer populatie.
Daarnaast is het belangrijk dat, indien er een al dan niet erfelijke aandoening zich openbaart, hier openheid van zaken over wordt gegeven. Niemand fokt bewust zieke honden, maar het kan iedere fokker overkomen dat er ineens toch een probleem ontstaat bij een door hem/haar gefokte hond. We hebben het tenslote over levende wezens en elk levend wezen heeft zeker tenminste enkele genen die schadelijk (kunnen) zijn. Helaas bestaan er voor de meeste aandoeningen geen testen om deze van te voren aan te tonen. Openheid en eerlijkheid zijn nog steeds onze krachtigste wapens in de strijd tegen de mogelijke aandoeningen. Dit helpt ons betere keuzes te kunnen maken bij nieuwe fokcombinaties, waardoor een hoop toekomstig leed voorkomen kan worden.